ZOEKEN:

Han (206 v.Chr. – 220 na Chr.) 汉

05-HanIn de Han-dynastie werden de fundamenten voor de Chinese staatsinrichting en natie gelegd; nu nog noemen Chinezen zichzelf Hanren, Han-mensen.

West Han (206 – 9 v.Chr.)

Han Liu BangLiu Bang nam in 206 v.Chr. de titel aan van koning van Han (het rijk in West-China). Nadat hij in 202 zijn belangrijkste rivaal had verslagen, werd hij huangdi, keizer van Han. De Han-dynastie heerste nu vanuit Chang’an (Xi’an) over China. De nieuwe dynastie keerde zich tegen het Legalisme. Zijn baseerde haar ideologie in eerste instantie op het Daoïsme, waarin menselijk bestuur werd gezien als deel van een algemene natuurorde en waarin werd gewaarschuwd tegen te veel ingrijpen door bestuurders. Later ging de Han expanderen en de ideologie nam elementen van het Legalisme over om de hulpbronnen en de activiteiten van de mensen zo doelgericht mogelijk te doen zijn. In de eerste eeuw v.Chr. werden daaraan toegevoegd de leer van yin-yang en de vijf elementen om de keizerlijke autoriteit gewicht te geven als noodzakelijk onderdeel van een universele orde. Tevens kwam nu voor het eerst het Confucianisme op als onderdeel van de staatsideologie. Hoewel latere keizers zich op hun orthodoxe Confucianisme lieten voorstaan, was het dus vanaf het begin een vermenging van filosofieën.

Het gebied van de Han in 87 v.Chr.

Door User Yuninjie on en.wikipedia – Created and copyright (2004) by Yuninjie. Released under the GNU FDL. The northern border is the line of the en:Qin Dynasty en:Great Wall. Trade routes are generally based on the work of en:Joseph Needham. Selected non-Chinese peoples are also shown., CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1332422

In het westelijke deel van het Han-rijk werd het provinciale systeem van de Qin gehandhaafd. De gebieden in het noorden en oosten werden in leen gegeven aan familieleden van Liu Bang. Het beleid was gericht op consolidatie, economische groei en een gezonde staatshuishouding via belasting op goederen, en op het rustig houden van de nomaden langs de noordgrenzen.

De periode 135-90 v.Chr. werd gekenmerkt door expansie. Binnen het rijk reguleerde het hof steeds meer van de economie, o.a. door monopolies op zout en ijzer en controle op het slaan van munten. Naar het noorden waren er veldtochten tegen de Xiongnu om de dreiging van plundertochten weg te nemen. De Han breidde naar het noorden zijn invloed uit tot in Korea en naar het westen tot de Taklaman Woestijn om de handel langs de Zijderoute te beschermen. Richting zuiden was er expansie tot in Yunnan (vooral vanwege de handelsroute via Dali naar Burma en India), Guangxi, Guangdong, Fujian en Vietnam. Rond 90 v.Chr. kwam de expansie tot een einde, mede vanwege interne verdeeldheid.

Xin (9 – 23 na Chr.)

Er ontstonden allerlei dynastieke intriges, die culmineerden in een kort interregnum door het Xin-huis van Wang Mang in 9-23 na Chr. Wang wordt in de geschiedschrijving beschouwd als usurpator. Wang Mang behoorde tot de familie van de keizerin en werd in 8 v.Chr. opperbevelhebber van het leger van Han, maar moest na een jaar aftreden omdat zijn familie uit de gratie raakte. In 2 v.Chr. kreeg hij zijn titel terug en een jaar later werd hij regent van de 8 jaar oude keizer Ping. Wang Mang was een goed heerser die landhervormingen doorvoerde, de wetenschap stimuleerde en Chang’an via een weg verbond met Sichuan. Keizer Ping overleed in het jaar 6. De strijd om de opvolging dreigde het hof te verscheuren. Opdat de familie Wang niet ten onder zou gaan benoemde de keizerin-weduwe Wang Meng tot ‘waarnemend keizer’.

Terwijl het hof met zichzelf bezig was braken er opstanden uit. Er waren boerenopstanden, maar ook opstanden geleid door grootgrondbezitters. De rebellen van de Rode Wenkbrauwen namen in 23 de hoofdstad Chang’an in en doodden Wang Meng. In de daaropvolgende burgeroorlog wist Liu Xiu in 25 de macht van de Han-dynastie te herstellen.

Oost Han (25 – 220)

De historicus Sima QianNadat de Han deze onderbreking te boven waren gekomen, verplaatsten zij hun hoofdstad van Xi’an naar Luoyang. Onder de eerste twee keizers was sprake van rust en voorspoed. Na 75 begonnen de intriges weer aan het hof, maar China beleefde bijna tot in de 2e eeuw een periode van economische en culturele bloei. De welvaart nam toe en de Han slaagden er in om de Zijderoute verder te controleren. Op cultureel gebied was er een bloei van de historische wetenschap en in Luoyang werd de eerste Confuciaanse academie gesticht. De uitvinding van papier zorgde voor verbreding van het onderwijs. Het Boeddhisme maakte in de 2e eeuw zijn entree in China. Uit de daoïstische filosofie ontwikkelde zich een religie.

Aan het einde van de 2e eeuw was er weer een boerenopstand, ditmaal van de daoïstisch geïnspireerde Gele Tulbanden. Ze werden onderdrukt, maar de onrust bleef, het centrale gezag bleef zwak en lokale landheren werden steeds onafhankelijker. De boerenopstanden die weer de kop opstaken waren de gebruikelijke voortekenen van het einde van een vorstenhuis; de Han-dynastie ging in 220 ten onder.

Dynastieke cyclus
Hier zien we het klassieke patroon van de ‘dynastieke cyclus’. De dynastieke cyclusDe Keizer heeft een Mandaat van de Hemel om te regeren. De basis van zijn macht is naar confuciaanse opvatting de Deugd. Als de keizer zijn moraliteit verliest, trekt de Hemel zijn Mandaat in. Dan is het dus rechtvaardig om hem met een opstand te verdrijven. Tekenen laten zien dat het Mandaat is ingetrokken: meteoren, overstromingen, droogte, hofintriges, sociale onrust, verarming en opstanden. De opstanden zijn vaak begonnen door boeren, die ontevreden leden van de elite aan hun zijde krijgen. Bij succes komt er een nieuwe dynastie, die dóór het succes bewijst het Mandaat te hebben gekregen. In het begin is er, mede door de opstanden en gevoerde oorlogen, voldoende land dat wordt herverdeeld. Er is welvaart en de belastingen zijn laag. Langzamerhand komt er een bevolkingsgroei en concentratie van landbezit. De landheren krijgen meer macht, de boeren verarmen en kunnen de steeds hogere belastingen niet opbrengen, het centrale gezag verzwakt en de irrigatiewerken worden niet onderhouden, er zijn overstromingen, er ontstaan boerenopstanden en verdeeldheid en de dynastie komt ten val. De cyclus kan opnieuw beginnen, echter met het behoud van het concept van het Hemelse gezag van de Keizer, waardoor de ideologische continuïteit blijft gewaarborgd.

<- Qin | Geschiedenis tot 1949 | -> Sanguo