ZOEKEN:

Hongersnood en herstel (1959-1965)

Naast het mislukken van de Sprong kreeg China in 1959-61 ook nog te maken met een reeks natuurrampen, een opstand in Tibet en het terugtrekken van alle hulp en technici vanuit de Sovjet-Unie. Op grote schaal brak hongersnood uit, met vele miljoenen slachtoffers.

1964-Zhou-terug-SU

Premier Zhou keert terug uit Moskou (1964) en wordt verwelkomd door Mao Zedong, Zhu De & Liu Shaoqi

In Beijing werd tot een nieuw beleid besloten. Mao verdween naar de achtergrond. Naast premier Zhou Enlai werd nu de toon aangegeven door president Liu Shaoqi en de secretaris-generaal van CPC, Deng Xiaoping. Hun beleid was voor alles gericht op economisch herstel. De volkscommunes werden verkleind en onderverdeeld in productiebrigades en productieteams. Binnen het team was er gemeenschappelijk bezit van grond. Boeren mochten weer een klein stukje grond privé verbouwen en de produkten daarvan afzetten op de opnieuw ingestelde vrije markten. De industrie moest zich meer gaan richten op ondersteuning van de landbouw. Dit beleid had succes en langzaam herstelde de Chinese economie zich weer.

Maar de gedeeltelijke liberalisering met behoud van de macht van lokale kaders had ook negatieve kanten. Op grote schaal was sprake van machtsmisbruik en corruptie. Om deze tendensen tegen te gaan werd in 1962 besloten tot een Socialistische Opvoedingsbeweging. Over de uitvoering daarvan was onenigheid. Liu en Deng wilden de beweging via de partij-organen centraal sturen. Mao zag meer in een beweging van onderaf, door een beroep te doen op het controleren van kaders door de boeren. De strijd tussen de ‘twee lijnen’ kreeg allengs een heftiger karakter. Liu en Deng domineerden de partij en de staatsorganen. Mao moest daarom, om zijn ideeën uitgevoerd te zien, een direct beroep op het volk doen.

In sociale termen kunnen de ‘twee lijnen’ ook omschreven worden als de communistische stedelijke intellectuelen en de gevestigde apparatsjiks versus de populistische kaders van boerenafkomst, én als een generatiestrijd. Voor Mao en zijn aanhangers had het deel van de partij waartegen zij ageerden de ‘geest van Yan’an’ verloren. Zij zagen in de partij een afglijden naar ‘revisionisme’: het stellen van partijbelang boven volksbelang, het verliezen van contact met de `massa’ en het niet kunnen inspireren van de jonge generatie.

<- Grote Sprong Voorwaarts | Geschiedenis na 1949 | -> Culturele Revolutie