ZOEKEN:

Democratische beweging van 1989

In april 1989 overleed Hu Yaobang. Net als in 1976 bij de dood van Zhou Enlai, kwam het tot massale uitingen van rouw, die overgingen in demonstraties. Studenten zagen in de in 1987 afgezette Hu Yaobang een martelaar voor de liberale hervormingen en riepen om het aftreden van Li Peng. Toen de burgemeester en partijsecretaris van Shanghai, Jiang Zemin, de verschijning verbood van een krant die positief over de eisen van de demonstranten schreef en de hoofdredacteur ontsloeg, sloten uit protest steeds meer intellectuelen zich bij de studenten aan. De regering en de partij weigerden een dialoog met de demonstranten, die zich keerden tegen de corruptie en de allesoverheersende rol van de partij en zich uitspraken voor verdergaande hervormingen en meer vrijheid en medezeggenschap.

Op de historische dag 4 mei, 70 jaar na het begin van de Beweging van de 4e Mei, trokken 100.000 studenten naar het Tian’anmen Plein in het centrum van Beijing, terwijl ook in andere steden demonstraties werden gehouden. Zhao Ziyang maakte verzoenende gebaren naar de demonstranten en riep op tot een dialoog. Tot die dialoog kwam het echter niet en op 13 mei gingen studenten op het plein in hongerstaking. Daarop kwam het tot enorme demonstraties (300.000 in Beijing, 100.000 iun Shanghai, ook in andere steden) tegen corruptie en voor democratisering, waaraan nu zelfs overheidsfunctionarissen en partijkaders deelnamen. In deze omstandigheden vond het bezoek van Gorbatsjov plaats, met alle pers daaromheen. Het was onmogelijk het protocol uit te voeren en een wellicht nog grotere belediging in de ogen van de Chinese leiders was dat de demonstranten Gorbatsjov roemden als voorvechter van democratie.

Op 19 mei verzocht de onder grote druk staande Zhao Ziyang de studenten de hongerstaking te beëindigen. De studentenleiders wilden aan Zhao tegemoet komen, maar dezelfde dag kondigden premier Li Peng en president Yang Shangkun aan dat zij het leger zouden gaan inzetten en riepen de staat van beleg uit. Daarop kwamen vele protesten, ook vanuit het leger zelf, en enkele dagen later riep een demonstratie van 1 miljoen mensen om het aftreden van Li Peng. Hierna leken de demonstraties te verlopen, terwijl ondertussen de oude conservatieve top, gesteund door de diep beledigde Deng Xiaoping, achter gesloten deuren de rijen sloot en er soldaten vanuit de provincie (het 27e leger) werden opgetrommeld. Als reactie hierop groeide het aantal demonstranten in de laatste dagen van mei opnieuw. Als symbool diende nu een gipsen `Godin van de Vrijheid’, een kopie van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld. Ongewapende soldaten trachtten enige malen op te rukken naar het plein, maar werden tegengehouden en soms weggehoond.

In de nacht van 3 op 4 juni trok het 27e leger in volle uitrusting de stad binnen. De soldaten lieten zich ditmaal niet stoppen en ontruimden met harde hand het plein. In de gevechten tussen oprukkende soldaten en demonstranten vielen volgens schattingen enkele honderden doden, vooral op de grote toegangsweg naar het plein.

<- Nieuwe problemen | Geschiedenis na 1949 | -> Conservatieve reorganisatie